De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt afgewezen indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de oude woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond;
De persoon met beperkingen is verhuisd van een woning die ten gevolge van zijn beperkingen ongeschikt is voor normaal gebruik daarvan naar een woning die eveneens ongeschikt is, tenzij voor deze verhuizing vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college;
de vergoeding van de kosten van verhuizing en inrichting aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak;
voor zover de ondervonden belemmeringen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
de persoon met beperkingen:
voor het eerst zelfstandig gaat wonen, voor zover dit de gebruikelijke kosten betreft;
verhuisd is vanuit of naar een woonruime die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
verhuisd is naar een instelling gericht op het verstrekken van zorg;
de aangevraagde woonvoorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 1
Artikel 31
Afwijzingsgronden
Onderdeel van verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Nieuwkoop 2012