Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de langdurigheidtoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie op de peildatum. 2.. De langdurigheidtoeslag bedraagt: Voor een gezin 40% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag; Voor een alleenstaande ouder 50% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag maar exclusief de toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB; Voor een alleenstaande 55% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag maar exclusief de toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB. 3.. De in het eerste lid bedoelde bijstandsnorm is de norm die geldt op 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 4.. Bij een gezin waarvan slechts twee gezinsleden aan het leeftijdscriterium als bedoeld in artikel 2, lid 1 van deze verordening voldoen en een van deze gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidtoeslag ingevolge artikel 11 of 13 lid 1 van de wet, waardoor er slechts een van de gezinsleden recht op langdurigheidtoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidtoeslag naar de hoogte die voor hem/haar als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel