**1..** De voorzitter dan wel de gespreksleider bewaakt dat de
meningsvorming niet uitmondt in een debat tussen de leden.
**2..** Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
tenzij:
de voorzitter dan wel de gespreksleider het nodig
oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te
herinneren;
een lid hem interrumpeert.
**3..** Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
dan wel de gespreksleider tot de orde geroepen. Indien de
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
**4..** De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
sluiten.
**5..** De voorzitter kan het rondetafelgesprek voorstellen aan een
raadslid dat door zijn gedraging de geregelde gang van zaken
belemmert, het verdere verblijf in de vergadering
ontzeggen.
**6..** Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan
het lid bovendien door het rondetafelgesprek ten hoogste drie
maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd”.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 2
Artikel 22
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Verordening tot 1e wijziging van het reglement van orde voor de rondetafelgesprekken van de raad 2010