Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
voldoende is toegelicht en is gedebatteerd, sluit hij de
beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
gevraagd.
Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
nemen eindbeslissing.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 2.
Artikel 29.
Beslissing
Onderdeel van Verordening tot 1e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010