**1..** Tijdens de raadsvergadering kunnen raadsleden bij het agendapunt
´rechten van de raad´ mondelinge vragen stellen.
**2..** Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
meldt dit ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de
griffier, onder aanduiding van het onderwerp en een korte
omschrijving van de vraag. De voorzitter kan na overleg met het
presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde
te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
diezelfde dag aan de orde komt.
**3..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller,
voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van
de raad bepalen.
**5..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
stellen.
**6..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**7..** Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
geen interrupties toegelaten.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 41.
Mondelinge vragen
Onderdeel van Verordening tot 1e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010