(Alternatief 2)
Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen
van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of
onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat
bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn,
gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij
rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid
per openbaar vervoer.
De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van
auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare
personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:
indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten
minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00
m bedragen;
indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte
voor een gehandicapte - voorzover die ruimte niet in de
lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50
m bij 5,00 m bedragen.
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te
verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van
goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien
aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde
terrein dat bij dat gebouw behoort.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
bepaalde in het eerste en het derde lid:
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere
omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of
stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt
voorzien.
Paragraaf 6 Voorschriften
inzake brandveiligheidinstallaties en
vluchtrouteaanduidingenArtikel 2.6.1
Beginsel inzake
brandmeldinstallaties
Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de
ontdekking en melding van brand, dat een brand zo snel mogelijk
kan worden ontdekt en gemeld.
Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.1 van bijlage
10 van deze verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt
voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis
voldaan door toepassing van die voorschriften.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
bepaalde in het eerst en het tweede lid, indien de aard en de
geringe omvang van de gebruiksfunctie daartoe aanleiding geeft.
Artikel 2.5.30
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
Onderdeel van Bouwverordening