De in de artikelen 2.7.1, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand moet
worden gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder
bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich
het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Hierbij
moeten bouwwerken die zich tezamen op één erf of terrein bevinden, als
één bouwwerk worden beschouwd.
3 De meldingArtikel 3.1 De wijze van
meldenArtikel 3.2 Welstandscriteria
4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij
ingebruikneming van een bouwwerkArtikel 4.1
Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse
staking van bouwwerkzaamheden
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het gestelde in artikel
59 van de Woningwet de bouwvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken,
indien:
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
bouwvergunning geen begin met de bouwwerkzaamheden is gemaakt;
tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden deze
werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
stilliggen.
Artikel 2.7.7
Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen
Onderdeel van Bouwverordening