1.Indien twee van de acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd, vervalt de mogelijkheid van gespreide betaling door middel van automatische incasso.
2.Indien op grond van het eerste lid de machtiging wordt beëindigd, wordt dit zo spoedig mogelijk aan de belastingschuldige schriftelijk medegedeeld.
Artikel 26 Nieuwe betaaltermijn
In de op grond van artikel 25, tweede lid van deze beleidsregels aan de belastingschuldige te sturen schriftelijke kennisgeving – waaraan tevens een acceptgiro is bevestigd - wordt teruggevallen op de reguliere betaaltermijnen. Indien deze reguliere termijnen reeds zijn vervallen, dient het nog openstaande bedrag van het op het aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen, binnen veertien dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving te zijn voldaan.
Artikel 27 Intrekken machtiging automatische incasso
Indien de belastingschuldige de schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 24 van deze beleidsregels wil intrekken, dient dit schriftelijk te gebeuren, door toezending van het formulier “intrekking automatische incasso gemeentelijke belastingen”.
Indien de op grond van het eerste lid genoemde intrekking ertoe leidt dat nog niet alle 8 verschuldigde termijnen zijn geïnd, dient de belastingschuldige er zelf voor zorg te dragen dat het nog openstaande bedrag binnen veertien dagen – na de datum waarop de laatste termijn via automatische incasso is geïnd - volledig is voldaan.
Artikel 28 Uitzondering
Op praktische gronden kan ten gunste van de belastingschuldige van hetgeen in de artikelen 24 en 25 van deze beleidsregels is gesteld, worden afgeweken.
Artikel 29 Weigering deelname aan de automatische incasso
De gemeente kan de deelname van belastingplichtigen aan de automatische incasso weigeren indien er omstandigheden worden geconstateerd of vermoed die het regelmatig verloop van de termijnbetalingen belemmeren of zouden kunnen belemmeren.
Artikel 30 Tijdstip van afschrijving
De gemeente zal het termijnbedrag zoveel mogelijk op of omstreeks de 25e dag van iedere maand afschrijven.
Artikel 31 Vermindering van het totaalbedrag
Indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen om welke reden dan ook wordt verminderd, vindt deze vermindering - indien het ten onrechte te hoge totaalbedrag nog niet volledig is voldaan – plaats door saldodeling. Het voorgaande houdt in dat bij een machtiging automatische incasso de vermindering leidt tot evenredige verlaging van de nog resterende betalingstermijnen.
Hoofdstuk VII
TOEPASSING ARTIKEL 65 VAN DE ALGEMENE WET INZAKE RIJKSBELASTINGEN
(Ambtshalve vermindering)
Artikel 32 Algemeen
In artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 231 Gemeentewet is de heffingsambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, de bevoegdheid gegeven ambtshalve vermindering van belastingaanslagen te verlenen. Tevens is in deze artikelen bepaald dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf door de heffingsambtenaar ambtshalve kan worden verleend.
Om een uniforme toepassing van artikel 65 Algemene wet inzake rijksbelastingen te bewerkstelligen is het wenselijk dat beleidsregels op dit punt worden vastgesteld.
Artikel 33 Reikwijdte en definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
de belanghebbende: de belastingplichtige;
de drie-jaarstermijn: de termijn waarin de heffingsambtenaar, op grond van artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid heeft tot het vaststellen van een belastingaanslag;
een gering bedrag: € 2,50;
het bedrag van de vermindering of teruggaaf: de vermindering van het geheven belastingbedrag of de teruggaaf van het betaalde bedrag, vermeerderd met (het daaraan toe te rekenen bedrag van) de verhoging, indien een verhoging is toegepast. Het bedrag van de vermindering of teruggaaf wordt berekend per belastingaanslag.
Artikel 34 Termijn
De termijn waarbinnen de belastingplichtige aanspraak kan maken op het ambtshalve verlenen van vermindering afgestemd op de termijn waarbinnen, op de voet van artikel 11, 3e lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid van de heffingsambtenaar tot het vaststellen van een belastingaanslag ligt.
De termijn waarbinnen ambtshalve vermindering of teruggaaf wordt verleend wordt voor gevallen, waarin er sprake is van een redelijkerwijs kenbare vergissing, verlengd met drie jaren.
Artikel 35 Afwijking van regeling
In deze beleidsregels is een in beginsel uitputtende regeling gegeven van de gevallen, waarin ambtshalve vermindering of teruggaaf van belasting wordt verleend.
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de heffingsambtenaar moet afwijken van de in deze beleidsregels opgenomen regeling. Het gaat daarbij om situaties waarin:
één of meer algemene beginsel(en) van behoorlijk bestuur de heffingsambtenaar noopt/nopen in een concreet geval een vermindering of teruggaaf ambtshalve te verlenen, hoewel de regeling in deze beleidsregels daarin voor dat geval niet voorziet;
met betrekking tot bepaalde verzoeken om vermindering of teruggaaf van belasting bijzondere
regelingen zijn getroffen.
Artikel 36 Gevallen waarin ambtshalve vermindering of teruggaaf wordt verleend
1.Indien wegens het te laat indienen van een bezwaarschrift of een in de wet voorzien verzoekschrift dan wel om andere reden van formele aard de reclamant of de verzoeker niet ontvankelijk is in zijn bezwaar of verzoek, verleent de heffingsambtenaar bij de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken, ambtshalve de vermindering of teruggaaf waarvoor de reclamant of de verzoeker redelijkerwijs in aanmerking komt.
2.In andere gevallen dan die, welke zijn genoemd in lid1, verleent de heffingsambtenaar ambtshalve de vermindering of teruggaaf waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt indien:
de belanghebbende een verzoekschrift strekkende tot vermindering of teruggaaf van belasting indient, of
enig feit de conclusie rechtvaardigt dat een belastingaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Artikel 37 Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 36 vindt geen toepassing indien:
het bedrag van de vermindering of teruggaaf, waarvoor de belanghebbende in aanmerking
komt, niet meer dan een gering bedrag is, of
ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift dan wel op het tijdstip, waarop het in artikel 36, lid 2 onder b., bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken, dan wel, indien in het laatste jaar van de driejaarstermijn een navorderingsaanslag aan de belanghebbende is opgelegd, een jaar is verstreken sinds de dagtekening van die navorderingsaanslag;
aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift ongebruikt heeft laten verstrijken.
Artikel 38 Erfgenamen
Wanneer de belanghebbende is overleden treden zijn/haar erfgenamen voor de toepassing van deze beleidsregels in zijn/haar plaats. Verminderingen en teruggaven van belasting, waartoe door de erfgenamen een of meer verzoeken zijn gedaan en waarvan het gezamenlijke bedrag meer dan € 450,-- is, worden slechts ambtshalve verleend indien de erfgenamen zich schriftelijk jegens deBelastingdienst/Registratie en successie hebben verbonden het successierecht te voldoen alsof ophet tijdstip van overlijden van de erflater de verminderingen en teruggaven reeds waren verleend.
Artikel 39 Mededeling van afwijzing
Indien geen termen aanwezig zijn om ambtshalve een vermindering of teruggaaf te verlenen wordt daarvan gemotiveerd mededeling gedaan:
indien een bezwaarschrift of een in de wet voorzien verzoekschrift, bedoeld in artikel 36, lid 1, is
ingediend: in de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken;
indien een verzoekschrift, bedoeld in artikel 36, lid 2, onder a., is ingediend: in een schriftelijke
beslissing op het verzoekschrift.
Artikel 40 Termijnverlenging
a.Indien ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschriftof het verzoekschrift dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 36, lid 2, onder b., bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken en de belanghebbende aantoont dat ten gevolge van een door hem gemaakte vergissing, die de heffingsambtenaar
ten tijde van de vaststelling van de belastingaanslag of,
indien de belanghebbende tegen de aanslag tijdig in bezwaar is gekomen, ten tijde van het doenvan uitspraak op het bezwaarschrift, bekend was of redelijkerwijs bekend had moeten zijn, te veel belasting is geheven, wordt voor de toepassing van artikel 37, onder b., de driejaarstermijn verlengd met drie jaren.
b.Indien de belanghebbende aantoont dat te veel belasting is geheven ten gevolge van een aan de heffingsambtenaar toe te rekenen vergissing, die de belanghebbende redelijkerwijs niet heeft kunnen opmerken voor het einde van de in artikel 37, onder b., bedoelde periode, wordt de
driejaarstermijn eveneens met drie jaren verlengd.
Toelichting bij artikel 40
Een vergissing in de zin van dit artikel omvat niet een onjuistheid, waarvan de belanghebbende zich bewust was of had kunnen zijn, en evenmin een keuze, die de belanghebbende achteraf wenst te wijzigen. Dit artikel ziet met name op de volgende vergissingen:
een door de belanghebbende gemaakte vergissing, die de heffingsambtenaar bekend was of had moeten zijn, bijvoorbeeld een kenbare telfout in een aangiftebiljet;
een door de heffingsambtenaar gemaakte vergissing, die de belanghebbende niet binnen de driejaarstermijn heeft opgemerkt of kunnen opmerken, bijvoorbeeld een fout in de berekening van de heffingsgrondslag of het belastingbedrag.
Artikel 41 Andere feiten
1. Indien de heffingsambtenaar kennis neemt van feiten, andere dan die, naar aanleiding waarvan hij voornemens is ambtshalve vermindering of teruggaaf van belasting te verlenen, en die andere feiten grond opleveren voor het vermoeden dat de belasting onjuist is berekend, houdt hij daarmee bij de bepaling van de vermindering of teruggaaf rekening.
2.Voorts verleent de heffingsambtenaar in gevallen waarin ter zake van enig feit ten onrechte belasting is geheven en waarin als gevolg van die heffing een andere belasting ter zake van datzelfde feit niet is geheven en door het verstrijken van een termijn ook niet meer kan worden geheven, slechts ambtshalve vermindering of teruggaaf van de eerstgenoemde belasting voor zover het bedrag daarvan het bedrag van de laatstgenoemde belasting te boven gaat.
Artikel 42 Jurisprudentie en resoluties
Een arrest van de Hoge Raad dan wel een ministeriële regeling, waarin een toepassing van de
belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de
belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering of
teruggaaf van belasting indien de belastingaanslag onherroepelijk is komen vast te staan vóór de
dag, waarop het arrest door de Hoge Raad is gewezen, onderscheidenlijk vóór de dagtekening van
de ministeriële regeling, tenzij er op dit punt een afwijkende regeling is getroffen.
Een uitspraak van het Gerechtshof is geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van
vermindering of teruggaaf van belasting, tenzij er op dit punt een afwijkende regeling is
getroffen.
Hetgeen in lid 1 is bepaald met betrekking tot een arrest van de Hoge Raad is in daartoe leidende
gevallen van overeenkomstige toepassing op beslissingen van het Hof van Justitie van de
Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van andere supranationale
colleges.
Hoofdstuk VIII
INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL
Artikel 43 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
Per datum van inwerkingtreding van deze regeling worden de navolgende regelingen ingetrokken:
Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004, vastgesteld door burgemeester en wethouders op 16 december 2003
Wijziging van de beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004, vastgesteld door burgemeester en wethouders op 17 januari 2006
Wijziging van de beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004, vastgesteld door de heffingsambtenaar op 18 februari 2009
Beleidsregels voor de heffing van forensenbelasting, vastgesteld door de heffingsambtenaar op 8 januari 2008.
Artikel 44 Citeertitel
Deze beleidsregels kunnen worden aangemerkt als: "Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2012".
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 28 februari 2012.
N.L.J.J. Dusink, H. Jager
secretaris, burgemeester
Hoofdstuk VI
Artikel 25
Beëindiging automatische incasso
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2012