De in artikel 1, eerste lid, genoemde inhouding en overmaking wordt
beëindigd indien:
de ambtenaar daarom verzoekt;
beslag, korting of verrekening, als bedoeld in titel II van de Ambtenarenwet, op het salaris wordt toegepast, tenzij de ambtenaar schriftelijk verzoekt de inhouding en overmaking te continueren;
de ambtelijke dienstbetrekking eindigt, daaronder begrepen de beëindiging van de dienstbetrekking door het overlijden van de ambtenaar