**1..** Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.
**2..** Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
**3..** De ontheffing kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde en veiligheid;
ter bescherming van de woon- en leefomgeving;
ter bescherming van de flora en de fauna.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover:
op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn;
de Provinciale milieuverordening hierover een regeling bevat;
artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van toepassing is; of
het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, sfeervuren zoals terrashaarden, vuurkorven en dergelijke of vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar, overlast of hinder oplevert voor de omgeving.
**5..** Aan de in het tweede lid genoemde ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden:
het stoken dient te geschieden onder voortdurend toezicht van een meerderjarig persoon;
het stoken dient te geschieden op een afstand van minimaal 30 meter van een gebouw en van een opstapeling van brandgevaarlijke oogstproducten;
het stoken dient te geschieden op een afstand van minimaal 100 meter van een bos, van een heideterrein en veengrond;
het stoken mag geen gevaar, schade of hinder opleveren voor de omgeving.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5
Artikel 5.5.1
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening