**1..** De burgemeester weigert een vergunning, indien:
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
de vestiging daarvan geschiedt in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking is verleend als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestigingswet;
de speelgelegenheid niet in een gebouw is gevestigd;
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3.3.5 gestelde eisen;
**2..** De burgemeester kan een vergunning weigeren, indien naar zijn oordeel:
het woon en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid;
een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van artikel 2.3.3.10 van deze verordening dan wel van art. 13b van de Opiumwet is gesloten;
het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2.3.3.3 onvoldoende garanties geeft dat het in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;
het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.6
Gronden voor weigering vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening