**1..** De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:
op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
op een andere door het college aangewezen plaats.
**2..** Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt.
**3..** De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
**4..** De eigenaar of houder van een hond of degene aan wiens zorg een kennelijk is toevertrouwd is verplicht, indien hij zich met een hond op de weg bevindt, een zakje of schepje bij zich te hebben dat geschikt is voor de verwijdering van de uitwerpselen.
**5..** De eigenaar of houder van een hond of degene aan wiens zorg een hond kennelijk is toevertrouwd is verplicht dit zakje of schepje op de eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar.
**6..** Degene die het in het vierde en vijfde lid genoemde gebod overtreedt, is strafbaar.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.18
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening