Het college kan:
modellen vaststellen voor de bescheiden bedoeld in artikel 7;
richtlijnen vaststellen waaraan programma's van activiteiten en de financiële stukken dienen te voldoen;
binnen een door hem te bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen indien hij dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht.