1 Aan het eind van iedere vergadering van de raad is er voor de leden
van de raad een vragenuur.
De vragen moeten voorafgaande aan een vergadering bij de voorzitter
worden ingediend.
In bijzondere gevallen kan het seniorenconvent bepalen dat het
vragenuur op een ander
tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het
vragenuur eindigt.
2 Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de specifieke vraag tenminste 24
uur voor aanvang van
het vragenuur bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het
seniorenconvent
weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te
stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de
orde komt.
3 De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens
het vragenuur aan de orde worden gesteld.
4 De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de
raad.
5 Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
toelichting daarop te geven.
6 Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
vragensteller desgewenst het
woord om aanvullende vragen te stellen.
7 Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
verlenen
om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te
stellen
over hetzelfde onderwerp.
8 Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 36a
Vragenuur
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Schiermonnikoog