Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2

Opdracht college

Onderdeel van Verordening activering en reïntegratie WWB, IOAW en IOAZ

Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden, ANW-ers en niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers) alsmede aan personen als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of sociale activering en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling of sociale activering. Van het eerste lid zijn conform artikel 7, derde lid van de wet, personen uitgezonderd: personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen en: in verband daarmee aanspraak hebben op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000, dan wel; in verband daarmee geen aanspraak hebben op studiefinanciering en dit onderwijs niet volgen (zie stroomschema in toelichting); b personen als bedoeld in artikel 41, vierde lid, onderdelen a of b van de wet, die zich hebben gemeld om bijstand aan te vragen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44 van de wet; of c personen aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. Ondersteuning op grond van het eerste lid in de vorm van een participatieplaats is op grond van artikel 10a van de wet niet mogelijk voor personen onder 27 jaar. Het college en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen overeenkomen dat het eerste lid van toepassing is op de personen, bedoeld in het tweede lid onderdeel c. Daarnaast kunnen het college en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomen dat het college aan de personen, bedoeld in het tweede lid onderdeel c, een voorziening aanbiedt als bedoeld in het eerste lid. De in het eerste en tweede lid genoemde groep van belanghebbenden kan worden uitgebreid met personen van 18 jaar en ouder die vanwege een problematische schuld belemmeringen ondervinden om te activeren en participeren in de zin van volwaardig deelnemen aan de samenleving. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid of sociale activering. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel