1.Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de leerplichtambtenaar contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet.
2.De leerplichtambtenaar volgt het advies van de onderwijsinspectie.
3.Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de leerplichtambtenaar de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen zeven dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in zin van de wet, of verzekert hij/zij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld. Ouders krijgen de gelegenheid hun kind(-eren) op een andere school in te schrijven. Hiervoor wordt een termijn van vier weken gehanteerd. De leerplichtambtenaar onderzoekt of ouders hun kind(-eren) binnen de termijn van vier weken elders hebben ingeschreven of dat er gronden voor vrijstelling aanwezig zijn. Als ouders nog geen stappen hebben ondernomen wijst de leerplichtambtenaar hen op hun verplichting om hun kind(-eren) onverwijld in te schrijven op een school of instelling. Hiervoor krijgen ouders wederom vier weken de tijd. Hebben de ouders zich na het verlopen van deze termijn nog niet gehouden aan de verplichting hun kind(-eren) in te schrijven en is er geen sprake van enige vrijstellingsgrond, dan maakt de leerplichtambtenaar proces verbaal op wegens absoluut verzuim.
Hoofdstuk
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Ambtsinstructie voor de leerplichtambtenaar Bloemendaal 2012