Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 11

Advies van de monumentencommissie en beslissing op de aanvraag

Onderdeel van Monumentenverordening 1997

1.. Burgemeester en wethouders vragen op grond van de Monumentenverordening, de bouwverordening en de artikelen 12 en 48 van de Woningwet advies aan de monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag als bedoeld in artikel 10. 2.. Binnen vier weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders. 3.. Voordat de beslissing wordt genomen op de aanvraag, wordt de procedure gevolgd, die is vervat in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, met dien verstande, dat de terinzagelegging twee weken bedraagt. 4.. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de vergunning. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen de in het vierde lid genoemde termijn van 13 weken met ten hoogste dertien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in het tweede lid genoemde termijn van vier weken. 6.. Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het vierde of vijfde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 7.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van de monumentenzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel