**1.** De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien;
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 9. tweede lid, niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen 26 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
**2.** De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 13
intrekking van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening 1997