Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 13

intrekking van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening 1997

1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien; blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 9. tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen 26 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel