1. 1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien;
    • - blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
    • - blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in artikel 9. tweede lid, niet naleeft;
    • - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
    • - niet binnen 26 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
  2. 2. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.