Begripsbepalingen
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Abw).
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal;
gezinsnorm: de norm als bedoeld in artikel 21, eerste lid van de wet;
zorgbehoevend gezinslid: de belanghebbende, bedoeld in artikel 4, vijfde lid van de wet;
zorgbehoevend niet-gezinslid: de belanghebbende die voldoet aan het gestelde in artikel 4 vijfde lid, van de wet, waarbij geen sprake is van eerstegraads bloed- of aanverwantschap tussen verzorger en verzorgde;
schoolverlater: met de schoolverlater, bedoeld in artikel 28 van de wet wordt de persoon gelijkgesteld die zich heeft gevestigd in of is teruggekeerd naar Nederland, zolang de zes maanden nog niet zijn verstreken, gerekend vanaf de eerste dag van de maand, volgend op die waarin hij de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding;
woonlasten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond: de per maand geldende huurprijs bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag, verminderd met de huurtoeslag; 2. indien een eigen woning wordt bewoond: de maandelijkse netto hypotheeklasten en het eigenaarsdeel WOZ;
bij kamerbewoning: 75 procent van de all-in prijs.