Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel C

Artikel C

Onderdeel van Parkeerverordening Baarle-Nassau versie 2007

1.. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerplaatsen binnen een parkeerschijfzone. 2.. Een ontheffing kan in ieder geval worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze: woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door ontheffinghouders te gebruiken parkeerplaatsen binnen een parkeerschijfzone aanwezig zijn (categorie I); een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede te gebruiken parkeerplaatsen binnen een parkeerschijfzone aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II); beschikt over een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of parkeerplaatsen binnen een parkeerschijfzone aanwezig zijn (categorie III). 3.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een ontheffing voor categorie III kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders een ontheffing verlenen aan eigenaren of houders van een motorvoertuig die niet voldoen aan de in deze verordening genoemde criteria.

Rechtspraak bij dit artikel