In deze regeling wordt verstaan onder:
1.
Monumenten
Beschermde monumenten die zijn opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in artikel 3, lid 6 van de Monumentenverordening 1988.
2.
Eigenaar
De eigenaar, waaronder mede wordt begrepen;
a.
degene die het recht van erfpacht heeft;
b.
de houder van een recht van opstal;
c.
de toekomstige eigenaar, erfpachter of houder van een recht op opstal.
3.
Restauratiewerkzaamheden
De werkzaamheden aan een beschermd monument, die het normale onderhoud te boven gaan en die voor het herstel of conservering (van onderdelen) van het beschermd monument noodzakelijk
zijn.
4.
Onderhoudswerkzaamheden
De periodiek noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan onderdelen van het beschermd monument, die monumentale waarde bezitten.
5.
Monumentale waarde
De monumentale waarde van een beschermd monument wordt bepaald door de dragende onderdelen, de vloeren en het omhulsel, alsmede door die onderdelen of objecten die blijkens het register, bedoeld in artikel 3, lid 6 van de monumentenverordening 1988, dan wel naar het oordeel van burgemeester en wethouders van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarden. Indien uit het register blijkt, dat een monument uitsluitend beschermd is vanwege één of meer met name genoemde onderdelen of objecten, dan wordt de monumentale waarde uitsluitend bepaald door die onderdelen of objecten.
6.
Subsidiabele restauratiekosten
De kosten, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn om de onderdelen van een beschermd monument, die overeenkomstig de beschrijving in het monumentenregister, monumentale waarde bezitten, te herstellen of te conserveren. Bij zelfwerkzaamheid
worden uitsluitend de materiaalkosten in beschouwing genomen.
7.
Subsidiabele onderhoudskosten
De kosten van werkzaamheden, die regelmatig moeten worden verricht, om die onderdelen van een beschermd monument, die overeenkomstig de beschrijving in het monumentenregister, monumentale waarde bezitten, in goede staat te houden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn. Bij zelfwerkzaamheid worden uitsluitend de materiaalkosten in beschouwing genomen.