Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijving.

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand. b. normbedrag: het toepasselijk naar leefvorm vastgestelde normbedrag voor personen van 21 tot 65 jaar als bedoeld in artikel 21 van de wet. c. toeslag: het verhogen van het normbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders met ten hoogste 20% van het normbedrag voor gehuwden. d. verlagen: het verlagen van het normbedrag voor gehuwden met ten hoogste 20 % van het normbedrag voor gehuwden. e. woonkosten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het enkele gebruik van woonruimte waarin feitelijk verblijf wordt gehouden. f. woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede)gebruik van voorzieningen, aanwezig in de woonruimte, waarin feitelijk verblijf wordt gehouden. g. onderhuur/medebewonen op commerciële basis: het onderhuren/medebewonen van woonruimte of een deel ervan op contractbasis, waarbij 1. het te onderhuren/mede-te-bewonen deel zelfstandig geschikt is voor bewoning, 2. de prijs per maand voor het medebewonen minstens gelijk is aan 15% van het normbedrag voor gehuwden en 3. de onderhuurder/medebewoner staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente op het onderhuur-/medebewoonadres. h. hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van woonruimte en die in de woonruimte hoofdverblijf heeft. i. WSF-/WTOS-kind: een kind dat een basisbeurs ontvangt ingevolge de Wet op de Studie- financiering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. j. schoolverlater: de persoon die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding en die voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak had op studiefinanciering WSF of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage of schoolkosten op grond van de WTOS. k. zorgbehoevende: een belanghebbende die, als niet te samen met een ander de woning zou worden bewoond, op basis van een indicatiestelling zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden. Onder beroepsmatige hulp wordt mede begrepen een situatie waarin thuiszorg het alternatief is voor ambulante zorg of dagverpleging in een zorg-/verpleeginstelling. 2.. Een WSF-/WTOS-kind wordt voor de toepassing van deze verordening geacht een inkomen te hebben van minder dan 50% van het minimumloon.

Rechtspraak bij dit artikel