Artikel 14 van de wet gaat over de
tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet
beschrijft dit artikel het beleid over:
- de algemene regels over tenuitvoerlegging;
- beslag op roerende zaken die geen registergoederen;
- beslag op onroerende zaken;
- beslag onder derden;
- beslag op schepen.
14.1. Vervallen
14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen
De tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering dat toelaat de verschillende mogelijkheden van
tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten.
14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens
tenuitvoerlegging
De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde
belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de
tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de
nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel
voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of
tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de
belastingschuldige op te nemen.
In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet
dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt,
als hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben
gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest.
Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling
inmiddels heeft plaatsgevonden of dat een verzoek om uitstel van
betaling of kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in
artikel 25.1.15 of 26.1.11 van deze leidraad, en de beslagopdracht
elkaar hebben gekruist.
Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag,
wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd,
overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een
voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan
wel dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel
van de ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als
uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze
leidraad geformuleerde beleid.
14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is
overleden
Als degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat
de belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn
van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW, is verstreken.
Als alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kan de
rechtbank de termijn van drie maanden verlengen.
Als de nalatenschap wordt vereffend, kan de ontvanger gedurende de
vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen.
14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde
zaken
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden
Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij
ook over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke
rangorde, waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de
executiewaarde van de in beslag genomen zaken.
14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of
voldoening aan voorwaarden
De ontvanger kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een
openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden
getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat
aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. De ontvanger heft de gelegde
beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan die voorwaarden is
voldaan.
14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde
Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter
opheffing van het beslag, dan kan de ontvanger hieraan zijn medewerking
verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het
vermogen van de belastingschuldige;
Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst
die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie;
De belangen van de gemeente worden niet geschaad.
De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde
belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal
zoeken, en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden
verbinden.
14.1.9. Opschorten van de executie
De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van
beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop
plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de
belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat
geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in
totaal) maximaalvier maanden na de datum waarop het beslag is
gelegd.
Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de
belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de
belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een
schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige
is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen
uitstel van betaling in, in de zin van artikel 25 van de wet.
14.1.10. Onderhandse verkoop
Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting
aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare
verkoop, dan kan de ontvanger kiezen voor een onderhandse verkoop.
De ontvanger moet hierbij rekening houden met de gerechtvaardigde
belangen van eventuele derde rechthebbenden die zich bij hem bekend
hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een
bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. Onderhandse verkoop
vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de gemeente worden
geschaad.
14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse
verkoop
De ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen:
een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag als bedoeld
in artikel 14.1.8 van deze leidraad;
een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 14.1.10 van deze
leidraad.
De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het
beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is
dan die van een onderhandse verkoop.
14.1.12. Strafrechtelijk beslag
Als op een in beslag genomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex
artikel 94 Sv rust - dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader
van een ontnemingsmaatregel - dan wordt het beslag dat de
belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het
strafrechtelijke beslag is opgeheven. Zolang niet duidelijk is wat er
met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fiscale beslag blijven
liggen.
14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving
De gemeente belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering
en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen.
In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en
ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van
invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de
ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel
niet direct overgaat tot uitwinning van gelegd beslag tenzij hiermee de
belangen van de gemeente worden geschaad.
14.2.Beslag op roerende zaken die geen registergoederen
zijn
14.2.1.Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken
Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige
niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden
met gebruikmaking van artikel 444 Rv, dan blijft deze wijze van
tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege.
De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving
achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het
woonadres zal vervoegen.
Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige het
stelselmatig hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik
wordt gemaakt of op andere wijze het belang van de invordering zich
tegen deze handelwijze verzet.
14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende
zaken
Als het beslag wordt gelegd door een belastingdeurwaarder van een ander
Gemeente dan het kantoor waar bij de betekening van het dwangbevel
domicilie is gekozen, dan wordt in het beslagexploot tevens domicilie
gekozen ten kantore van de gemeente waar de belastingdeurwaarder die het
beslag legt zijn standplaats heeft.
14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende
zaken
Als de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de
belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, aanvaardt de
deurwaarder deze betaling. Van de betaling wordt een kwitantie
opgemaakt, waarvan een afschrift aan de belastingschuldige wordt
gelaten.
14.2.4. Omvang van het beslag op roerende
zaken
Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als - naar het oordeel van de
belastingdeurwaarder - ruimschoots voldoende is voor dekking van de
openstaande schuld inclusief rente en kosten.
14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen
inbeslagneming roerende zaken
Als een derde bij de belastingdeurwaarder bezwaar maakt tegen de
inbeslagname van bepaalde roerende zaken waarvan hij de eigendom claimt,
wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid een beroepschrift in te
dienen bij het college op grond van artikel 22, eerste lid van de wet en
eventueel in verzet te gaan op grond van artikel 456 of artikel 435 Rv.
Als aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en
vaststaat dat de ontvanger zijn verhaalsrecht niet kan effectueren,
blijft inbeslagname achterwege.
14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en
beslag roerende zaken
De ontvanger kan het restant van de schuld van belastingschuldige aan
een derde op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van
verrekening met de belastingschuldige, als de belastingdeurwaarder de
volgende zaken aantreft:
- zaken die niet onder het bodemrecht vallen; en
- strekken tot zekerheid voor de voldoening van een schuld die de
belastingschuldige aan de derde heeft (bijvoorbeeld huurkoop,
eigendomsvoorbehoud); en
- waarop de ontvanger zich na voldoening van die schuld zou kunnen
verhalen.
De ontvanger maakt van deze mogelijkheid slechts gebruik als de
executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het
restant van de schuld. Dit geldt ook als het gaat om zaken van de
belastingschuldige die bij een derde in beslag zijn genomen en waarop
deze derde een retentierecht heeft.
14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden
Op zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde bevinden,
verhaalt de belastingdeurwaarder de belastingschuld zoveel mogelijk door
het leggen van een beslag op roerende zaken.
De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder derden
leggen als:
- de derde geen medewerking verleent aan het leggen van een beslag
roerende zaken;
- het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om de zaken
zelf te zien, dan wel te inventariseren;
- de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv, voordat het
exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten.
Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van beslag op
roerende zaken is afgesloten, legt de belastingdeurwaarder geen
afzonderlijk derdenbeslag maar geldt het beslag roerende zaken als
derdenbeslag. De belastingdeurwaarder betekent in dat geval binnen drie
dagen na de beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als
bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv.
Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat de derde
voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als bedoeld in artikel
461d Rv.
14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken
Nadat op roerende zaken beslag is gelegd, wordt zoveel mogelijk aan de
belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten.
Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen
zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als
bedoeld in Rv. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger
niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag
genomen zaken.
Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die
zaken redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446 Rv). Dit is
bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of
beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op
de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is, indien de
zaken niet worden afgevoerd.
Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt
slechts gebruik gemaakt:
- als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet kan
worden ingevorderd en;
- de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat
de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden
geacht.
Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van
een actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet door de
belastingdeurwaarder dan na daartoe verkregen toestemming van de
ontvanger van de gemeente. De toestemming kan ook worden verkregen van
de plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door de ontvanger
daartoe aangewezen functionaris.
14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en
belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende
zaken
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken
De deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte
overgaan waarin ten laste van de ondernemingin beslag genomen
zaken zich bevinden, als:
- de omstandigheden zich voordoen als genoemd in artikel 14.2.9 van deze
leidraad; en
- de desbetreffende zaken niet of slechts tegen naar verhouding zeer
hoge kosten kunnen worden afgevoerd.
Voor de afsluiting is voorafgaande toestemming vereist van de ontvanger.
De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de
ontvanger of van een andere door de ontvanger daartoe aangewezen
functionaris.Na afsluiting zal zo spoedig mogelijk tot
executoriale verkoop worden overgegaan.
14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken
Als zaken op grond van artikel 14.2.9 van deze leidraad worden
weggevoerd of op grond van artikel 14.2.11 van deze leidraad afsluiting
plaatsvindt, stelt de belastingdeurwaarder daarbij een bewaarder aan die
in staat moet worden geacht ook daadwerkelijk de taken verbonden aan het
bewaarderschap met betrekking tot die zaken uit te oefenen. De
aanstelling van de bewaarder wordt vermeld in het proces-verbaal dat in
de betreffende situaties moet worden opgemaakt.
Als een ambtenaar van de gemeente als bewaarder wordt aangesteld, is dit
zoveel mogelijk een belastingdeurwaarder, niet zijnde de
belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Aan de ambtenaar die
tot bewaarder is aangesteld, wordt hiervoor geen vergoeding
gegeven.
De tot bewaarder aangestelde ambtenaar draagt er zorg voor dat de
beslagen zaken waarover hij tot bewaarder is aangesteld zo nodig worden
vervoerd of opgeslagen op een wijze die het risico van fysiek of
economisch bederf minimaliseert, meer dan voor de onderhavige zaken
onder normale omstandigheden gebruikelijk is. De in dit verband te nemen
maatregelen en de daaraan verbonden kosten moeten in een redelijke
verhouding staan tot de aard en de waarde van de desbetreffende
zaken.
Tijdens de periode dat het beslag ligt, wordt in de navolgende gevallen
aan de bewaarder het bewaarderschap ontnomen en een ander tot bewaarder
aangesteld:
- als de bewaarder geacht moet worden gedurende langere tijd lichamelijk
of geestelijk niet in staat te zijn de aan het bewaarderschap verbonden
taken uit te oefenen;
- als de bewaarder is overleden; in dit geval hoeft het bewaarderschap
niet uitdrukkelijk te worden ontnomen;
- als een ambtenaar van de gemeente tot bewaarder is aangesteld en deze
ambtenaar door oorzaken van personele of organisatorische aard
redelijkerwijs moet worden geacht geen betrokkenheid meer te (kunnen)
hebben bij het beslag.
Ontslag van een bewaarder gebeurt steeds schriftelijk; in voorkomend
geval kan dit bij deurwaardersexploot.
14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur
Als de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, dan valt
alleen de zogenoemde 'hardware' onder dit beslag. De
belastingdeurwaarder moet - voordat tot executoriale verkoop wordt
overgegaan - nagaan of deze apparatuur nog de zogenoemde 'software'
bevat (bestanden, programma's en dergelijke). Als dat het geval is, dan
moet de belastingschuldige de mogelijkheid worden geboden om die
software te verwijderen en een back-up te maken.
14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina
werken
De ontvanger moet er voor zorgdragen dat geen zilveren, gouden of
platina werken die niet zijn voorzien van de stempeltekenen die volgens
de Waarborgwet 1986 vereist zijn, in openbare verkoop worden gebracht of
met dat doel worden tentoongesteld.
Van het houden van een openbare verkoop waarin zilveren, gouden of
platina werken voorkomen - al dan niet met het vereiste stempelteken -
moet de ontvanger aangifte doen zoals artikel 46 van de Waarborgwet 1986
dat voorschrijft.
14.2.15. Beslag op illegale zaken
Als voor beslag vatbare zaken worden aangetroffen waarvan in beginsel de
vervaardiging, het bezit of het gebruik strafbaar is (of het vermoeden
van strafbaarheid bestaat), kan de beslaglegging op de normale wijze
doorgang vinden. Wel wordt direct of zo snel mogelijk na de
beslaglegging de politie ingeschakeld om te bezien in hoeverre
aanleiding bestaat om strafrechtelijke maatregelen te nemen. Hierbij
geldt het bepaalde in artikel 14.1.12 van deze leidraad.
Als geen strafrechtelijke maatregelen worden getroffen (de voormelde
zaken worden niet verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer), dan
moet de ontvanger contact opnemen met het college voordat maatregelen
worden getroffen om tot executoriale verkoop van de in beslag genomen
zaken over te gaan.
14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag
roerende zaken
Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een
andere belastingdeurwaarder dan de deurwaarder die met de verkoop belast
is, opdragen voor rekening van de gemeente te bieden.
Daarnaast kan de ontvanger de belastingdeurwaarder opdracht geven om de
executie plaats te laten vinden via internetveiling. De regels hiervoor
dienen openbaar gemaakt te worden.
14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende
zaken
Als de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de
ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij
deurwaardersexploot kenbaar gemaakt. Opheffing van het beslag op
roerende zaken als bedoeld in artikel 445 Rv wordt altijd kenbaar
gemaakt bij deurwaardersexploot.
14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende
zaken
De ontvanger verhaalt de openstaande schuld waarvoor het beslag roerende
zaken is gelegd op de executieopbrengst, inclusief de daarin begrepen
omzetbelasting. Voordat de opbrengst op de openstaande schuld wordt
afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De ontvanger
boekt de opbrengst vervolgens af met inachtneming van het bepaalde bij
artikel 7 van deze leidraad.
Als er andere schuldeisers zijn die beslag hebben gelegd of als er
beperkt gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is
vervallen, dan wordt zoveel mogelijk getracht in der minne
overeenstemming te bereiken over de toedeling van de netto-executie
opbrengst. Als dat niet mogelijk blijkt, dan zijn de artikelen 481 en
volgende Rv van toepassing.
14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende
zaken
Als de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het
proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk
toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de
kopers onleesbaar zijn gemaakt.
14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende
zaken
Als de belastingschuldige of een belanghebbende derde de ontvanger
vraagt of een beslag nog ligt, dan verstrekt de ontvanger deze
informatie tenzij het belang van de invordering zich daartegen
verzet.
14.2.21 Relaas van onttrekking
Ingeval goederen aan het beslag zijn onttrokken (artikel 198 Sr) kan van
dat feit op grond van artikel 162 Sv aangifte worden gedaan. De
ontvanger beslist over de inzending van een relaas van onttrekking aan
de officier van justitie.
14.3. Beslag op onroerende
zaken
14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken
bij beslag onroerende zaken
Indien het beslag op een onroerende zaak mede omvat de in of op die zaak
aanwezige bestanddelen of natuurlijke vruchten, geldt het volgende. De
belastingdeurwaarder kan die bestanddelen of die vruchten wegvoeren om
in bewaring te geven indien dit voor het behoud van die bestanddelen of
vruchten noodzakelijk is. Het wegvoeren vindt niet plaats dan na daartoe
verkregen toestemming van de ontvanger. Het bepaalde in artikel 14.2.9
is van overeenkomstige toepassing.
14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende
zaken
Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag op een onroerende zaak
heeft gelegd, zal hij voor een nader opgekomen belastingschuld zoveel
mogelijk opnieuw tot beslaglegging overgaan.
In gevallen waarin de ontvanger zelf de eerste beslaglegger is, gaat hij
altijd tot beslaglegging over voor vorderingen van derden waarvan de
invordering aan hem is opgedragen.
14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken
De ontvanger die beslag op de onroerende zaak heeft laten leggen en
tevens de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk
een vordering ex artikel 19 van de wet onder de huurder of pachter. Er
wordt in zo’n geval dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507, derde
lid, Rv.
14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende
zaken
De ontvanger vraagt de notaris een afschrift van de veilingvoorwaarden
die op de verkoop van toepassing zijn en hij treedt zo nodig in overleg
over de inhoud van deze voorwaarden.
In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald
dat de kosten van executie, toewijzing en eventuele rangregeling door de
executant zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort - als
de koopprijs niet toereikend mocht zijn - door de executant zal worden
aangezuiverd.
14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende
zaken
Van de opheffing van een beslag op een onroerende zaak wordt
schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Als het beslag
aan de huurder of pachter is betekend, ontvangt deze ook een
schriftelijke mededeling.
Ook wordt van deze opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan
aan de (eventuele) derde-eigenaar, aan alle (eventuele) hypotheekhouders
en - indien van toepassing - aan de bewaarder.
14.4. Beslag onder derden
14.4.1. Beslag op vordering van een derde
In de artikelen 475 en volgende Rv is de mogelijkheid gegeven ten laste
van de belastingschuldige beslag te leggen onder een derde. Als blijkt
dat - na het afleggen van de buitengerechtelijke verklaring - de derde
geen gelden of zaken onder zich heeft, dan blijkt het beslag nooit te
hebben gelegen. De ontvanger stelt de derde hiervan op de hoogte.
Een belastingaanslag kan ook worden verhaald door het leggen van
derdenbeslag op een vordering die formeel aan een ander dan de
belastingschuldige toebehoort, dan wel op naam van die ander -
bijvoorbeeld door een bank - wordt geadministreerd. Denk hierbij
bijvoorbeeld aan de echtgenoot met wie de belastingschuldige in
gemeenschap van goederen is gehuwd. In dat geval wordt het derdenbeslag
gelegd ten laste van de echtgenoot van de belastingschuldige, als de
echtgenoot alleen gerechtigd is de vermogensbestanddelen te vorderen die
onder het beslag vallen.
In het beslag-exploot (waarvan afschrift wordt gelaten aan de
derdebeslagene) dat zowel aan de belastingschuldige als aan de
echtgenoot binnen acht dagen na het leggen van het beslag moet worden
betekend, moet de ontvanger zoveel mogelijk aangeven op welke gronden
hij de vordering die op naam van de echtgenoot is geadministreerd, meent
te kunnen uitwinnen ter verhaal van een vordering op de
belastingschuldige.
14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19
Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 19 van
de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een
vordering.
14.4.3. Roerende zaken bij derden
Als zich onder de derde roerende zaken van de belastingschuldige
bevinden, wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel
14.2.8 van deze leidraad.
14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag
Aan de nauwkeurige vermelding in het exploot van beslag van de naam en
de eventuele rechtsvorm van de derde wordt bijzondere aandacht
geschonken. De situatie kan zich voordoen dat de derde een hoofdkantoor
heeft en een of meerdere bijkantoren. In dat geval legt de
belastingdeurwaarder het beslag zoveel mogelijk bij het hoofdkantoor dan
wel het filiaal of bijkantoor dat bemoeienis heeft met de gelden of
zaken waarop verhaal wordt gezocht.
In spoedeisende gevallen kan het beslag worden gelegd onder een ander
filiaal of bijkantoor. De executantkiest in alle gevallen
domicilie bij de belastingdeurwaarder.
Als er aanleiding toe bestaat, kan de ontvanger de omvang van het beslag
bij de beslaglegging beperken. Voor zover niet door een andere
schuldeiser beslag is gelegd, kan de omvang ook op een later tijdstip
nog worden beperkt. Van de beperking wordt in het beslagexploot of in
een afzonderlijk geschrift aan de derde uitdrukkelijk melding
gemaakt.
14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet
voor geldt
Als beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e dan wel
artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn
levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan
past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de
beslagvrije voet toe als bedoeld in de artikelen 475b en 475d
Rv.
14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van
verklaring
De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de
ontvanger in gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van
vier weken nog geen verklaring van hem is ontvangen.
Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te
gaan.
14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van
verklaring
De derdebeslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger
in gebreke gesteld als niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare
geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking
stellen van de goederen en/of zaken binnen de termijn genoemd in de
schriftelijke uitnodiging van de ontvanger aan de derde-beslagene.
Hij wordt daarbij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn
verplichting te voldoen.
14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij
derdenbeslag
Een derde-beslagene kan binnen de termijn van vier weken verklaring doen
van hetgeen hij onder zich heeft en de belastingdeurwaarder laten weten
direct tot afdracht te willen overgaan.
In dat geval deelt de ontvanger hem namens de belastingdeurwaarder mee -
als er geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten - dat het
beslag van rechtswege vervalt op het moment dat de door de
derde-beslagene af te dragen geldsommen of ter beschikking te stellen
goederen en/of zaken door de belastingdeurwaarder zijn
ontvangen.
14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of
lijfrente
Bij een derdenbeslag op een polis van een levens- of spaarverzekering of
lijfrente geldt - naast de voorschriften in artikel 479l en volgende Rv
het volgende:
- De ontvanger stelt zich terughoudend op bij het leggen van
derdenbeslag als er sprake is van een niet-bovenmatige
oudedagsvoorziening;
- De ontvanger betrekt in zijn overwegingen de verhouding tussen de
openstaande belastingschuld en de opbrengst bij afkoop of belening van
de polis. Bij de bepaling van de opbrengst houdt de ontvanger rekening
met het feit dat een (voortijdige) afkoop of belening van de polis in
bepaalde gevallen wordt aangemerkt als een verboden handeling die tot
negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen leiden als gevolg waarvan
een aanslag in de inkomstenbelasting kan worden opgelegd;
- Als de netto-opbrengst van de polis minder dan € 2.500 bedraagt, de
polis wordt afgekocht of het derdenbeslag is gelegd drie jaren voor de
expiratiedatum, wint de ontvanger het derdenbeslag niet uit en gaat hij
niet over tot afkoop of belening. In dat geval laat de ontvanger - in
overleg met belastingschuldige - het beslag liggen tot de
expiratiedatum;
- De omstandigheid dat het verzekerde bedrag pas na lange tijd tot
uitkering komt, staat op zich een derdenbeslag niet in de weg;
- De belastingaanslagen waarvoor het derdenbeslag wordt gelegd moeten
onherroepelijk vaststaan en in redelijkheid materieel verschuldigd
worden geacht.
14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag
Als de derdebeslagene een retentierecht heeft op de zaken die door het
derdenbeslag van de ontvanger zijn getroffen, dan kan de ontvanger op
grond van artikel 6:30 BW overgaan tot betaling van het bedrag waarvoor
het retentierecht geldt in afwachting van verrekening met de
belastingschuldige. Het bedrag moet dan wel beduidend lager zijn dan de
executiewaarde van de desbetreffende zaak.
14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag
Als de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de
ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij
deurwaardersexploot kenbaar gemaakt aan zowel de belastingschuldige als
de derde.
In andere gevallen wordt van de opheffing schriftelijk kennis gegeven
aan de derde-beslagene. De ontvanger zendt aan de belastingschuldige een
afschrift van deze kennisgeving.
14.4.12. Onverschuldigde betaling en
derdenbeslag
Als een derde tegen de ontvanger een vordering uit onverschuldigde
betaling instelt en de ontvanger aan deze vordering voldoet, wordt de
belastingaanslag waarvoor het derdenbeslag is gelegd, geacht in zoverre
niet te zijn voldaan.
De ontvanger kan de invordering van die aanslag dan ook hervatten alsof
er geen derdenbeslag is gelegd.
14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat of de ontvanger en het doen
van verklaring
Als derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat of de ontvanger, dan is
specificatie verplicht; er wordt in dit verband verwezen naar artikel
479 Rv.
De verplichting tot specificatie heeft niet tot doel het verhaal te
belemmeren, maar de taak van de Staat of de ontvanger te verlichten. Dit
betekent dat de verklaring in het kader van het derdenbeslag zich niet
moet beperken tot de ex artikel 479 Rv genoemde vermogensbestanddelen,
maar zich ook moet uitstrekken tot alles wat de geëxecuteerde te
vorderen heeft van de Staat of de ontvanger en wat bij de Staat of de
ontvanger bekend was op het moment van beslaglegging.
14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente
14.5. Beslag op schepen
14.5.1. Beletten van het vertrek van het
schip
De belastingdeurwaarder kan een bewaarder aanstellen en de nodige
maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten. Denk hierbij
bijvoorbeeld aan het 'aan de ketting leggen' van het schip. Zo nodig
voorziet de belastingdeurwaarder zich - na daartoe overleg te hebben
gepleegd met de ontvanger - van deskundige bijstand. De kosten van deze
bijstand komen voor rekening van de belastingschuldige.
In daartoe aanleiding gevende gevallen kan het feitelijk gebruik van het
schip weer aan de belastingschuldige worden gelaten, bijvoorbeeld
wanneer ter voorkoming van een executoriale verkoop door de
belastingschuldige een voorstel tot minnelijke afdoening is gedaan en
dit voorstel voor de ontvanger - gelet op de omstandigheden -
aanvaardbaar is.
In ieder geval zal een minnelijke afdoening moeten passen in het bij
artikel 25 van deze leidraad geformuleerde uitstelbeleid.
14.5.2. De executie van schepen
Tenzij een andere wijze van verkoop is toegestaan of voorgeschreven
gebeurt de executoriale verkoop van een schip ten overstaan van een
bevoegde notaris.
De verkoop van een buitenlands zeeschip kan ook plaatsvinden ten
overstaan van de rechtbank. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik
moeten worden gemaakt als het land van herkomst de verkoop door een
notaris niet erkent.
De executie van niet-teboekgestelde schepen gebeurt op dezelfde wijze
als de executie van andere roerende zaken die geen registergoederen
zijn. Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger
een andere belastingdeurwaarder dan de belastingdeurwaarder die met de
verkoop is belast, opdragen voor rekening van de gemeente te bieden. De
ontvanger geeft deze belastingdeurwaarder zo nodig nadere
aanwijzingen.
14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een
schip
Als een aangekondigde verkoop van een schip om enigerlei reden geen
doorgang kan vinden, dan draagt de ontvanger er zorg voor dat de
aanplakbiljetten onmiddellijk worden verwijderd. Hij treft ook voor op
andere wijze gedane aankondigingen dienovereenkomstige maatregelen.
Als de belastingschuldige niet van de afgelasting op de hoogte is, dan
wordt hem hiervan onverwijld schriftelijk en gemotiveerd mededeling
gedaan. Als verwacht mag worden dat deze mededeling de
belastingschuldige niet meer voor het aangekondigde tijdstip van verkoop
bereikt, dan stelt de ontvanger hem zo mogelijk op een andere wijze in
kennis.
14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen
Als bij een executie deskundige hulp is gewenst, kan de ontvanger een
makelaar of een andere ter zake kundige inschakelen.
14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen
Van de opheffing van het beslag wordt schriftelijk mededeling gedaan aan
de belastingschuldige. Ook wordt - ingeval van teboekgestelde schepen -
van de opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de
ingeschreven schuldeisers.
Artikel 14
Tenuitvoerlegging van het dwangbevel
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen