Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden
van de ontvanger.
De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van
overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke
wijze.
De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit
de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte
op.
In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid
over:
- de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;
- het leggen van conservatoir beslag;
- het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures;
- Faillissementsaanvraag.
3.1. Fiscale en civiele bevoegdheden
De ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke
bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij
alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een
schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger
zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als
van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te
bereiken.
De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij
het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als
de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden
over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan
doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de
belangen van de belastingschuldige en eventuele derden.
3.2. Conservatoir beslag
Om de rechten van de gemeente veilig te stellen heeft de ontvanger naast
de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen.
Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger.
3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde
invordering
Als de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent
tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor
verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger
niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de
artikelen 10 en 15 van de wet.
3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag
Als het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt
de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de
voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel
verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen van de belastingaanslag
wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als
bedoeld in artikel 700, derde lid Rv.
3.3. Gerechtelijke procedures -
toestemming
3.3.1 Juridische bijstand
Op grond van artikel 3, derde lid, van de wet treedt de ontvanger
zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de
uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen
van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van:
- beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR;
- hoger beroepsprocedures op grond van artikel 27h AWR;
- (hoger) beroepsprocedures op grond van artikel 7 Kostenwet invordering
rijksbelastingen;
- kantonzaken;
- kort gedingprocedures, indien de ontvanger gedaagde is.
3.3.2 Toestemming
In gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet
hij toestemming hebben van het college. Behalve voor in hoger beroep te
voeren zaken geldt het voorgaande niet voor:
- verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen;
- kantonzaken;
- verzoekschriftprocedures;
- aansprakelijkheidsprocedures;
- procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex
artikel 435, derde lid of artikel 708, tweede lid, Rv.
3.4. Rijksadvocaat
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
3.5. Faillissementsaanvraag
Als een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt met
betalen (artikel 1 FW) kan de ontvanger het faillissement aanvragen. De
ontvanger is zelfstandig in het nemen van deze beslissing. Dit geldt ook
bij een eventuele steunvordering voor het aanvragen van een
faillissement.