Voor het opleggen van de boete wordt een systematiek gehanteerd waarbij
de boete wordt gerelateerd aan de hoogte van de niet, gedeeltelijk niet
of niet binnen de termijn betaalde belasting.
Ter zake van een verzuim als bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van de
wet kan de ontvanger een boete opleggen van 5 procent van de niet,
gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting tot het
wettelijk maximum van die bepaling. De boete wordt minimaal gesteld op €
50. In afwijking hiervan kan de ontvanger in uitzonderlijke gevallen een
boete tot het in artikel 63b, eerste lid, van de wet genoemde maximum
opleggen, zonder rekening te houden met de genoemde 5 procent. De
opgelegde verzuimboete wordt niet verlaagd bij latere wijziging van het
bedrag waarover die boete is berekend.
Als een aanslag in meerdere termijnen betaald mag worden, kunnen er met
betrekking tot die aanslag ook meerdere verzuimen als bedoeld in artikel
63b, eerste lid, van de wet voorkomen. Als er meerdere dergelijke
verzuimen zijn, zijn er even zoveel beboetbare feiten. Bij de bepaling
van de hoogte van de boete vanwege een verzuim, houdt de ontvanger
alleen rekening met de belasting die betrekking heeft op de
desbetreffende betalingstermijn.
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft
niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden
genomen.
Artikel 63b.2.
Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen