Als uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere
rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is
aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De
ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag
eerst wordt gerestitueerd.
In afwijking van de vorige volzin vindt hernieuwde uitbetaling direct
plaats als de belastingschuldige aantoont dat:
- hij tijdig vóór de uitbetaling bij de ontvanger heeft aangegeven dat
de uitbetaling niet meer op de desbetreffende rekening moet geschieden,
en
- hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de
bankinstelling heeft aangegeven dat de rekening waarop de uitbetaling
heeft plaatsvonden, geblokkeerd is.
Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden
wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag
vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.
Uitbetalingfouten die het gevolg zijn van de aanwijzing door de
belastingschuldige van een niet op zijn naam staande bankrekening,
blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op
het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW).
Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de
naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd
is betaald.