Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 19

Terugvordering en verrekening

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012

19.1 Terugvordering van een voorziening Indien aan een aanvrager een persoonsgebonden budget is verstrekt, en de voorziening is in eigendom van de aanvrager, en deze voorziening wordt niet meer gebruikt, dient de aanvrager of de nabestaande(n) de waarde van de desbetreffende voorziening volgens de in artikel 19.2 beschreven afschrijvingssystematiek terug te betalen aan de gemeente dan wel de voorziening binnen redelijke termijn aan de gemeente te doen toekomen. 19.2 Afschrijvingssystematiek De afschrijvingssystematiek voor een voorziening, zoals genoemd in artikel 19.1 wordt als volgt berekend: Voorziening Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5 Jaar 6 Duwrolstoelen 70 60 45 35 25 15 Handbewogen rolstoelen 70 60 45 35 25 15 Hand/elektr. Bikes 70 60 45 35 25 15 Elektrische rolstoelen 70 60 45 35 25 15 Scootmobielen 70 60 45 35 25 15 3 Verrekening van een voorziening Indien aan een aanvrager een persoonsgebonden budget is verstrekt, en de voorziening is in eigendom van de aanvrager, en de desbetreffende voorziening wordt binnen de hiervoor beschreven afschrijvingstermijn niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de waarde van de desbetreffende voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget. Verrekening zoals bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats, indien de aanvrager de desbetreffende voorziening aan de gemeente laat toekomen.

Rechtspraak bij dit artikel