2.1 Verzoek aanvrager
Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.
2.2 Geen verstrekking persoonsgebonden budget
Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
er een algemene passende voorziening is, die een goede en snelle oplossing biedt;
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget.
3 Uitsluitend verstrekking in natura
De individuele voorzieningen die slechts in natura kunnen worden verstrekt, worden in dit Besluit expliciet benoemd.
2.4 Uitsluitend verstrekking in persoonsgebonden budget
De individuele voorzieningen die slechts in de vorm van een persoonsgebonden budget kunnen worden verstrekt, worden in dit Besluit expliciet benoemd.
2.5 Uitsluitend verstrekking als financiële tegemoetkoming
De individuele voorzieningen die slechts als financiële tegemoetkoming kunnen worden verstrekt, worden in dit Besluit expliciet benoemd.
2.6 Verantwoording van het persoonsgebonden budget
1 De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats:
a conform het programma van eisen dat in het besluit op de aanvraag is opgenomen;
b steekproefsgewijs waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 5 % van de
verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
2 De bescheiden die daarbij verstrekt dienen te worden zijn:
a bij de aan te schaffen voorziening:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening;
het onderhouds/reparatiecontract (inclusief bewijs betaalde premie).
b bij hulp bij het huishouden:
een overzicht van de salarisadministratie met bewijsstukken.
2.7 Verantwoording persoonsgebonden budget bij hulp bij het huishouden
1Wanneer een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor hulp bij het huishouden legt de budgethouder verantwoording af aan het college of de door de gemeente aangewezen uitvoerende instantie.
2Verantwoording, zoals bedoeld in artikel 6 lid 5 van de Verordening, geschiedt op de wijze zoals dit voorheen aan het zorgkantoor werd gedaan.
2.8 Betaling pgb
De betaling van het toegekende pgb gebeurt per bevoorschotting. Uitbetaling geschiedt per maand, kwartaal, halfjaar of per jaar, afhankelijk van het pgb-budget per jaar.
2.9 Eigendom voorziening die is aangeschaft met een pgb
Wanneer een voorziening met behulp van een pgb wordt aangeschaft blijft deze voorziening in eigendom van de gemeente. De ontvanger van het pgb krijgt in dat geval de voorziening in bruikleen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012