Een vervoersvoorziening kan bestaan uit:
a een algemene voorziening waaronder een collectieve vervoersvoorziening;
b een vervoersvoorziening in natura in de vorm van:
een al dan niet aangepaste bruikleenauto;
een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
een al dan niet aangepaste open elektrische buitenwagen;
een ander al dan niet aangepast verplaatsingsmiddel;
accessoires die voor een doelmatig gebruik noodzakelijk zijn.
c een vergoeding voor de (vervoers)kosten van:
aanpassing van een eigen auto;
gebruik van een bruikleenauto;
gebruik van een taxi of eigen auto;
gebruik van een rolstoeltaxi;
aanschaf of gebruik van een ander al dan niet aangepast verplaatsingsmiddel;
medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het vervoer.
Een voorziening, genoemd onder b, wordt verstrekt in bruikleen (of huur) of als persoonsgebonden budget. Een voorziening, genoemd onder c, wordt verstrekt als financiële tegemoetkoming (2 t/m 4) of tevens als pgb (1, 5 en 6).
Hoofdstuk 6
Artikel 9
Soorten vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012