**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: de Wet werk en bijstand (WWB);
College: het college van burgemeester en wethouders;
Langdurigheidstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet;
Vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet;
Referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum;
Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht oplangdurigheidstoeslag ontstaat;
Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan’ als genoemd onder b van het eerste lid van artikel 32, moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen
gezien;
Bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet;
Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Rechthebbende: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezinslid met recht op langdurigheidstoeslag;
Niet-rechthebbende: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezinslid dat op grond van de artikelen 11, of 13, eerste lid, van de wet is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag.
**2..** In deze verordening wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin.
**3..** Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Helmond 2012