In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de IOAW
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
b.
de IOAZ
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
c.
de WWB:
de Wet werk en bijstand;
d.
de wetten:
de IOAW, IOAZ en WWB;
e.
de uitkering:
de uitkering op basis van een van de wetten;
f.
afstemmingsverordening:
de verordening gebaseerd op artikel 35 lid 1 onder b van
de IOAW,
de verordening gebaseerd op artikel 35 lid 1 onder b van
de IOAZ,
de verordening gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b van
de WWB;
g.
inlichtingenplicht:
de verplichtingen genoemd in artikel 13 lid 1 van de
IOAW, artikel 13 lid 1 van de IOAZ, artikel 17 van de
WWB;
h.
hoogwaardig handhaven:
een mix van preventieve en repressieve maatregelen om in
een zo vroeg mogelijk stadium en op basis van maatwerk
misbruik van uitkeringen tegen te gaan.