Naar hoofdinhoud

Artikel 12

SPREEKRECHT

Onderdeel van Verordening voor de raadscommissies

1.. Personen, niet zijnde raadslid, die een commissievergadering als toehoorder bijwonen worden door de voorzitter direct na de opening van de vergadering in de gelegenheid gesteld het woord te voeren over een onderwerp dat voor de vergadering geagendeerd staat. 2.. Degene die het woord voert dient zich te wenden tot de voorzitter en zich te beperken tot die zaken die rechtstreeks verband houden met het geagendeerde onderwerp. Treedt hij buiten de orde, dan kan de voorzitter hem het woord ontnemen. 3.. De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten. 4.. De commissieleden worden in de gelegenheid gesteld vragen te stellen, zonder in discussie te treden met degene die gebruik heeft gemaakt van het spreekrecht.

Rechtspraak bij dit artikel