Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 29.

Incidenteel en dagelijks rolstoelgebruik en sportrolstoel.

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 28, onder a., b en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek incidenteel of dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden of er geen algemene voorziening als bedoeld in lid 1 aanwezig is. 2.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 28, onder d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het sporten zonder sportrolstoel onmogelijk maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel