**1..** Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan het bedrag vermeld in tabel IV van het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties wordt herzien.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de voorzitter en de leden van de commissie voor de behandeling van de bezwaarschriften. De voorzitter ontvangt een vergoeding per vergadering van € 200,00, de leden krijgen een vergoeding voor hun werkzaamheden van € 150,00 per vergadering.
**3..** Het bepaalde in het eerste lid is eveneens niet van toepassing op de leden van de Monumentencommissie. De leden ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden van € 70,00 per vergadering. Het lid dat zitting heeft in de commissie namens Welstandszorg ontvangt een vergoeding per uur overeenkomstig de tarieven van welstandszorg.
**4..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie:
en tevens raadslid of wethouder is;
uit hoofde van, dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van, een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
Hoofdstuk III
Artikel 18
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden