**1..** De bestuurlijke boete bedraagt 20% van de netto bijstandsnorm per
maand indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van
wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan de oproep van het
college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende
medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25,
tweede lid, van de wet.
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
maand indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
verordening.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**4..** De bestuurlijke boete bedraagt 80% van de netto bijstandsnorm per
maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het
college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde
termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**5..** Bij de vaststelling van het boetebedrag geldt de netto bijstandsnorm
per maand die voor betrokkene geldt of zou gelden als hij
belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn.
**6..** Het college kan, in afwijking van lid 1 tot en met 4 van dit
artikel, het percentage van de bijstandsnorm lager of hoger
vaststellen, tot een maximum van de in artikel 34 van de wet
gestelde maximumbedragen, rekening houdend met de ernst van de
gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele
omstandigheden van de inburgeringsplichtige.
Hoofdstuk 4.
Artikel 9
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering