Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

Categorieën van verwijtbare gedragingen

Onderdeel van Verordening Afstemmingsbeleid WWB en WIJ

De gedragingen bedoeld in artikel 18, lid 2 van de WWB worden onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie: het zich niet als werkzoekende doen inschrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), dan wel de inschrijving niet of niet tijdig doen verlengen; het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand hetgeen niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand; het niet verstrekken van een geldig identificatiebewijs; het niet meewerken aan het in zijn naam doen van noodzakelijke betalingen; het niet meewerken aan schuldhulpverlening. tweede categorie: het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand tot een bedrag van € 2.000,00 netto; het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet verlenen van medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de WWB; het niet ten behoeve van de kinderen en zichzelf verzoeken van alimentatie en er voor zorgen dat de inning tot uitvoer wordt gebracht; het zich niet houden aan de verplichtingen die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand; het zich niet houden aan de verplichtingen die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand; het zich niet houden aan de verplichtingen om zich te onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard. derde categorie: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand tot een bedrag tussen € 2.000,00 en € 4.000,00 netto; het geen gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling; het niet of niet volledig een beroep doen op een voorliggende voorziening; het vervreemden van vermogen; het zich zeer ernstig misdragen jegens het college of zijn ambtenaren. vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking; het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand hetgeen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand tot een bedrag tussen € 4.000,00 en € 10.000,00 netto. categorie bijzondere bijstand: het betonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel