Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB en WIJ

De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de met elkaar gehuwden van 21 jaar of ouder of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. a. De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens woning géén ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag. De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder), die hoofdbewoner zijn, met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens in principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien in de woning hoofdverblijf heeft: een verzorgingsbehoevende; iemand die in verband met een crisissituatie wordt opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan maximaal twee maanden; De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens in principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien men kostganger of onderhuurder is. De bijstandsnorm wordt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen eveneens voor de duur van maximaal twee maanden in principe bepaald op het in art 21, sub c van de WWB genoemde normbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een ander wordt opgevangen. a. De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk minimumloon. De korting als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan één ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 20% van het wettelijk minimumloon. Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) aangemerkt als één ander. Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel geldt de korting in eerste instantie voor de inwonende met elkaar gehuwden of partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) met of zonder hun ten laste komende kinderen. Kosten kunnen worden gedeeld indien: een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21 jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd met 20% van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen blijven hierbij buiten beschouwing. een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70% van het wettelijk minimumloon. Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen blijven hierbij buiten beschouwing. de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten hebben ter hoogte van tenminste 100% van het wettelijk minimumloon. Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen delen. Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte van de inkomsten van de hoofdbewoner(s). * die géén WIJ-gerechtigde is

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel