Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk zes weken voorafgaand aan het tijdstip waarop de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen zes weken na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.
Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval voor 15 juli aan gedeputeerde staten.
Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met dien verstande dat het algemeen bestuur bij verordening kan bepalen ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzingen van het bepaalde in dit artikel mag worden afgeweken.
Paragraaf 12
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING REGIONALE DIENST OPENBARE GEZONDHEIDSZORG