Naar hoofdinhoud
1. De toeslag zoals bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2. De toeslag zoals bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de jongere die met één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 3. De toeslag zoals bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 5% van de gehuwdennorm voor de jongere die met twee of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 4. Voor de toepassing van dit artikel worden personen van 18 jaar of ouder maar jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste 35% van de gehuwdennorm niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel