Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2010

1. De belasting moet worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste vervalt één maandna dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede één maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigdeaanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meeris dan € 80,-- maar minder dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door automatischeincasso worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijketermijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljeten elk van de volgende termijnen telkens één maand later.

Rechtspraak bij dit artikel