Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van vast te stellen de Verordening doelgroepen sociale woningbouw

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. sociale huurwoning: huurwoning zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d van het Bro; b. sociale koopwoning: koopwoning zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder e van het Bro, waarbij onder-scheid wordt gemaakt in het segment sociale koop met een maximale koopprijs vrij op naam tot € 170.000,-- en een segment met een verkoopprijs vrij-op-naam van € 170.000,-- tot maximaal € 200.000,--; c. huishouden: een huishouden dat bestaat uit een natuurlijk persoon of een natuurlijk persoon en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot, geregistreerd partner of degene die met hem een gemeenschappelijke huishouding voert of zal gaan voeren in de te huren of aan te ko-pen woning, niet zijnde kinderen of pleegkinderen; er kunnen niet meer dan twee personen tot het aldus gedefinieerde huishouden behoren; d. starters: huishoudens die, ongeacht de leeftijd van de daartoe horende personen, wonen in een so-ciale huurwoning of niet beschikken over zelfstandige woonruimte en waarvan de tot het huishouden behorende personen nog niet eerder eigenaar van een woning zijn geweest;e. huishoudensinkomen: het totaalbrutoinkomen van het huishouden in het peiljaar; f. peiljaar: het kalenderjaar voorafgaand aan de datum waarop de verkoop-/inschrijfprocedure voor de desbetreffende woning is gestart. g. woonruimte: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meerdere andere ruimten, bestemd en geschikt is voor bewoning door een huishouden, en een standplaats en een ligplaats; h. sneltoets: de sneltoets die op de website van de Nationale Hypotheekgarantie kan worden uitgevoerd om de leencapaciteit te berekenen, waarbij gebruik moet worden gemaakt van de stan-daardtoetsrente die in de toets wordt gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel