Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 12 en 13, een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, bedoeld in artikel 3:7:8; en de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 12 en 13, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 12 en 13, een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien hij de toelage, als bedoeld in artikel 12 en 13, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde vermindering of beëindiging evan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast.