Wanneer voor de ambtenaar een schaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel I:8, met dien verstande dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar ten minste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal al overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.
Onverminderd het bepaalde in artikel I:7 wordt het salaris in de nieuwe schaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodra en voor zoveel zulks nodig is om te bereiken dat het nieuwe salaris blijft uitgaan boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.
De ambtenaar wiens functie is ingedeeld in schaal 1, 2 of 3 wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 10, ingedeeld in de naasthogere schaal indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de leeftijd van ten minste 50 jaar heeft bereikt;
3 jaar het maximumsalaris van de functieschaal heeft genoten;
goed en volledig functioneert.