Het afleggen van de eed (belofte) gebeurt als volgt:
de burgemeester, of diens plaatsvervanger, leest de eedsformule duidelijk voor;
degene die de eed aflegt moet vervolgens de twee voorste vingers van zijn rechterhand aaneengesloten opsteken en daarbij de woorden uitspreken: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”;
degene die de belofte aflegt, spreekt de woorden: “Dat beloof ik”.
Het afleggen en afnemen van de eed (belofte) moet staande plaatsvinden.
De te beëdigen ambtenaar is vrij in zijn keuze tussen eed en belofte. Tevoren wordt hem naar zijn keuze gevraagd.
Indien de ambtenaar zich verplicht acht de eed (belofte) op een andere wijze af te leggen, is afwijking van de voorgeschreven norm toegestaan.
Aan de eeds(belofte)aflegging, die plaatsvindt in een speciaal daarvoor georganiseerde maandelijkse bijeenkomst, gaat een korte toespraak vooraf, waarin gewezen wordt op de bijzondere verantwoordelijkheid van de gemeente en waarin de bijzondere positie van de ambtenaar en de waarde en inhoud van de eed (belofte) worden toegelicht. Tevens wordt een exemplaar van de gedragscode aan de ambtenaar overhandigd.