**1.** Op de ambtenaar met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
recht is aangegaan zijn artikel 3:11, 3:13, 3:25, 3:26, en de
hoofdstukken 17 en 18 niet van toepassing.
**2.** Op de ambtenaar die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van
een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming zijn de
hoofdstukken 3, 7, 10d, 11a en 17 niet van toepassing
**3.** Op de ambtenaar die is aangesteld als vakantiekracht zijn de
hoofdstukken 3, 10d en 17 niet van toepassing.
**4.** Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van
werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen
regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke
tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces te bevorderen
van personen, die behoren tot één of meer bepaalde groepen van
werklozen, zijn de hoofdstukken 3, 10d en 11a niet van
toepassing.
**5.** De ambtenaar, bedoeld in de leden 2, 3 of 4 van dit artikel,
heeft recht op:
8% vakantietoelage, met dien verstande dat dit ten
minste een bedrag is van € 146,65 bij een volledig
dienstverband, en
1,5% van het in de maand van opbouw geldende salaris,
voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1949,
met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van
€ 33,33 bij een volledig dienstverband, en
0,8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw
geldende salaris.