Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
indien de activiteiten zijn verboden bij een
bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
of voorbereidingsbesluit;
door het college in de overige gevallen.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
het uitvoeren van hun publieke taak.
Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ridderkerk 2012