Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:28

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ridderkerk 2012

1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan of beheersverordening. 3.. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitant of de leidinggevende(n): onder curatele staan; ontzet zijn uit de ouderlijke macht of de voogdij; in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; de leeftijd van eenentwintig jaar niet hebben bereikt. 4.. De burgemeester kan op aanvraag ontheffing van de leeftijdseis verlenen. 5.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 6.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; een sportkantine; of een bedrijfskantine of – restaurant. 7.. De burgemeester kan de vergunning intrekken of wijzigen indien sprake is van feiten of omstandigheden zoals genoemd in artikel 1.6 van deze verordening of indien: aannemelijk is dat de exploitant van het horecabedrijf betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit het horecabedrijf, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf; de exploitant van het horecabedrijf toestaat dan wel gedoogt dat in zijn horecabedrijf strafbare feiten worden gepleegd; zich in of vanuit het horecabedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het horecabedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. 8.. De vergunning vervalt indien de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode van langer dan 6 maanden is of wordt onderbroken alsmede indien sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel