Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:31

Verboden gedragingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Ridderkerk 2012

1.. Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren. 2.. Het is verboden zich in een openbare inrichting te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens het eerste lid van artikel 2:30. 3.. Het is de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, verboden in die inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot zijn gezin behorende personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholhoudende drank plegen te maken en wier namen als zodanig schriftelijk door de burgemeester aan die houder zijn opgegeven. 4.. Het is aan een persoon wiens naam ingevolge het bepaalde in het derde lid door de burgemeester aan de exploitanten van openbare inrichtingen, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is opgegeven, verboden zich in een dergelijke inrichting te bevinden nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld. 5.. Het verbod in het vierde lid geldt voor een bepaalde periode, die niet langer is dan een jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel