Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van MAATREGELENVERORDENING inkomensvoorzieningen Lelystad 2012

1.. Indien de belanghebbende of diens echtgenoot naar het oordeel van het college de verplichtingen als bedoeld in de wet niet of onvoldoende nakomt en hem dit te verwijten valt, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. 2.. Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van het opleggen van een maatregel, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 3.. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel zoals bedoeld in het vorige lid, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 4.. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: ter zake van het niet nakomen van de verplichting strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter rechtszitting een aanvang heeft genomen; het recht tot strafvervolging is vervallen doordat het Openbaar Ministerie ter zake van het niet-nakomen van de verplichting een schikking met de belanghebbende heeft getroffen. 5.. Het college kan de in het eerste lid bedoelde maatregel hoger of lager vaststellen indien de omstandigheden van de belanghebbende of de ernst van de misdraging daar aanleiding toe geven.

Rechtspraak bij dit artikel