De verplichtingen, genoemd in de IOAW en de IOAZ, worden voor de toepassing van deze verordening ingedeeld in de navolgende categorieën:
Eerste categorie:
Desgevraagd terstond een identiteitsbewijs ter inzage verstrekken (artikel 13, vierde lid, IOAW/IOAZ).
Zich laten registreren als werkzoekende bij het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen en geregistreerd blijven (artikel 37, eerste lid, sub b, IOAW/IOAZ).
Tweede categorie:
Naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgen (artikel 20, eerste lid, onder d, IOAW, artikel 20, tweede lid, onder d, IOAZ en artikel 37, eerste lid, sub a IOAW/IOAZ).
Nalaten van hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert (artikel 37, eerste lid, onder d, IOAW/IOAZ).
Gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling (artikel 37, eerste lid, onder e, IOAW/IOAZ).
Meewerken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling (artikel 37, eerste lid, onder e, IOAW/IOAZ).
Aan het college desgevraagd de medewerking verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de IOAW of de IOAZ (artikel 13, lid 2, IOAW/IOAZ).
Aan het aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek, verstrekken van alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag door het college (artikel 20, tweede lid, IOAW en artikel 30, tweede lid, Wet structuur uitvoerings-organisatie werk en inkomen; niet van toepassing voor een uitkering op grond van de IOAZ).
Derde categorie:
Aan het college op verzoek, of onverwijld uit eigen beweging, mededeling doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling en het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan hem wordt betaald (artikel 13, eerste lid, IOAW/IOAZ).
Aan het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek, of onverwijld uit eigen beweging, mededeling doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een uitkering, het geldend maken van het recht op een uitkering, of de hoogte van de duur van de uitkering (artikel 20, tweede lid, IOAW en artikel 30, derde lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
Vierde categorie:
Blijk geven van voldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan door het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid (artikel 20, eerste lid, onder a en b, IOAW en artikel 20, tweede lid, onder a en b, IOAZ).
Algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden (artikel 20, eerste lid, onder c, IOAW en artikel 20, tweede lid, onder c, IOAZ).
Artikel 6
Categorieën verplichtingen IOAW en IOAZ
Onderdeel van MAATREGELENVERORDENING inkomensvoorzieningen Lelystad 2012